Bd3

Otto Adrianus van der Want geb. 28 augustus 1857/

                                                 overl. 19 december 1939

Maria van der Want- Amesz  geb. 12 december 1857/

                                                 overl. 2 februari 1940

 

Otto Adrianus van der Want vormde sinds 1885 met zijn broer Gerrit Frederik de vijfde generatie van der Want, die leiding gaf aan het uit 1749 stammende , Goudse pijpen fabricerende familiebedrijf.

Deze broer zou in 1907 uittreden na in 1898 een samenwerking te hebben aangegaan met George Antonie Barras met het doel om geëmailleerde pijpen (doorrokers) te gaan vervaardigen.

Later werd de productie van aardewerk hieraan toegevoegd waarmee de basis voor Kunstaardewerkfabriek “Regina” werd gelegd.

 

Otto Adrianus zette de productie voort. Ondanks de algemene neergang van de pijpenindustrie wist hij tot 1914 nog 25 werklieden in dienst te houden.

Een samenwerking met pijpengrossier Ouwehand om geëmailleerde pijpen te fabriceren verliep niet gunstig en werd beëindigd.

Met het uitbreken van de eerste wereldoorlog komt de exportmarkt nagenoeg te vervallen en loopt het personeelsbestand van 25 terug tot 4 personen.

In 1917 draagt hij het familiebedrijf over aan zijn zoon Aart en zijn dochter Trijntje Pieternella die naast de vervaardiging van pijpen de productie van aardewerk startten. De bedrijfsnaam werd gewijzigd in Plateelbakkerij en Pijpenfabrieken ZENITH, Fa. P.J. van der Want Azn.

 Bd3 Merkteken Zenith

Otto Adrianus van der Want beperkte

zijn activiteiten niet tot zijn eigen bedrijf. Hij was een actief lid van het Pijpenmakersgilde, werd in 1898 tot commissaris benoemd en in 1904 tot president van het Gilde. Deze taak zou hij tot 1919 blijven vervullen.                      

Daarnaast vervulde hij het voorzittersschap van de Coöperatie “Ons Voordeel”. Deze aan de Raam gevestigde organisatie zorgde voor de levering  o.a. van goedkoop brood, diverse levensmiddelen, steenkool en turf aan de leden. Een uitkomst voor de armen in Gouda.

Zijn politieke interesse mondde uit in zijn bestuurslidmaatschap van de afdeling van de toenmalige liberale partij.

In 1939 kwam hij te overlijden.

 Bd3-1

Rouwadvertentie van

Otto Adrianus van der Want uit

de Goudsche Courant va

19 december1939.

 

Zijn echtgenote, Maria Amesz, waarmee hij op 13 april 1881 in het huwelijk was getreden, zorgde niet alleen voor het huishouden en haar vijf kinderen maar dreef ook een naaiatelier.

Ze stond bekend om de fraaie, verzorgde afwerking en uitstekende pasvorm van haar japonnen en mantels, die zij maakte voor de gegoede burgers van de stad. Haar naaiatelier groeide en kon zelfs 15 naaimeisjes te werk stellen.

Na haar overlijden in 1940 werd zij bijgezet in het graf van haar man.